19, 20 en 21 mei
 | 12 tot 18 uur
 | Amsterdam 2018

WAAR DE LEPEL IN DE BRIJPOT STAAT
Een korte geschiedenis van de Jordaan – opgetekend door Henk Reitsma voor de Open Ateliers Jordaan 2018.

  

Ontstaan
De Jordaan is een Amsterdamse stadswijk, ontstaan bij de stadsuitleg van 1613 aan de westzijde van de oude binnenstad. Het is een gebied van 65 hectare, begrensd door de Brouwersgracht in het noorden, de Lijnbaansgracht in het westen, de Prinsengracht in het oosten en de Leidsegracht in het zuiden.

In tegenstelling met de grachtengordel is het gebied niet eerst opgehoogd, met als gevolg dat de waterstand er hoger was. Ook werd het gebied niet voorzien van een nieuwe indeling, maar maakte men gebruik van de al bestaande sloten van het vroegere polderland. Dat had als gevolg dat de rooilijnen van de Jordaan niet aansluiten op die van de grachtengordel. Die stiefmoederlijke behandeling van het gebied hing samen met de functie die men aan de Jordaan had toegedacht: die van een bedrijfsgebied voor neringen die men in het nieuwe stadsgebied liever niet als buur had en van een woongebied voor de kleine man en vrouw.

Toch kende de Jordaan ook ‘betere’ gedeelten, zoals de Bloemgracht, de Egelantiersgracht en de Rozengracht, waar zich leden van de gezeten burgerij vestigden. In de loop van de 17e eeuw werd het gebied steeds dichter bebouwd. De binnentuinen werden eindeloos opgesplitst in eenkamerwoningen, met als gevolg dat een kwart van de bevolking van de stad hier werd samengepakt.

De romantiek van de buurt
Toen de welvaart van Amsterdam aan het eind van de 18e eeuw ging tanen, werd het gebied steeds meer gezien als een sociaal probleem. Vanaf ongeveer 1850 deden menslievende burgers pogingen de bevolking van de wijk te verheffen, wat resulteerde in ingrepen in de gebouwde omgeving, zoals de demping van grachten en de afbraak van de ergste krotten en de bouw van modelwoningen onder toezicht van opzichters en opzichteressen. Pas na 1900 kreeg het bestuur van de stad de mogelijkheid en de taak in te grijpen. Eigenlijk werd de lijn van de filantropen voortgezet, omdat grootschalige ingrepen moeilijk waren door de zeer grote aantallen huiseigenaren.

Rond 1900 woonden er 80.000 mensen in de Jordaan en had men inmiddels ook de romantiek van de buurt ontdekt. Israël Querido had zijn ‘De Jordaan, een Amsterdams Epos’ geschreven en Herman Bouber had toneelstukken geschreven als Bleke Bet, die een beeld schiepen van de Jordanees dat nog lang zou voort zinderen. De Jordanees was een type, met het hart op de tong, met een anarchistische inslag, zowel oranjegezind, maar ook geneigd om Domela Nieuwenhuis te volgen, met omes en tantes, die allemaal van de ellende het beste maakten en het oergezellig hadden. Het was ook een buurt waar kunstenaars zich thuis voelden. De huren waren laag, de sfeer was niet benepen burgerlijk en de armoede had iets schilderachtigs.

Kunstproject van Parra (Pieter Janssen, 1976) met kinderen van de school.
Te vinden op de blinde muur naast het schoolplein van de Theo Thijssenschool.
Anjeliersstraat 153-157

De kunstenaars zijn er nog
Toch zat men op het stadhuis niet stil, en toen de wijk na de oorlog verloederde en leegliep, werden er plannen ontwikkeld om de boel eens grondig te saneren. Rond 1968 botste de dienst stadsontwikkeling, die de grote kaalslag op Kattenburg in de Jordaan wilde herhalen, op een front van tegenstanders, dat liep van monumentenclubs en kabouters tot een nieuwe lichting PvdA-ers.
De oude Jordanezen woonden inmiddels in Nieuw West en Purmerend, zo niet in Almere.
Deze laatste groep behaalde de overwinning en de gaten in de Jordaan werden gaandeweg opgevuld met nieuwbouw, die maar zeer gedeeltelijk werd betrokken door buurtbewoners. Wat resulteerde is een wijk waar de armoede is verdwenen, samen met het gros van de Jordanezen. Maar de kunstenaars zijn er nog, net als restanten van de romantiek, zoals café Nol en café het Zwaantje.

De Jordaan telt nu ongeveer 14.000 bewoners. De oude rooilijnen zijn gehandhaafd. De huidige bewoners zijn over hun woonomgeving zeer tevreden. Er staat nu een mengsel van oude maar gerestaureerde huizen en hofjes, 19e-eeuwse hervormers complexen, dertiger jaren aangepaste woningen en de resultaten van de gatenvulling uit de jaren zeventig en later.

Voor wie verder wil lezen:

Paul Spies, De Jordaan gaat nooit verloren, Amsterdam 1997
Jos Smit, Wandelen langs oud en nieuw in de Jordaan. Amsterdam 1997.